Leren(,)
denken en werken
als Natuur- en Scheikundedocent
Over het boek
Natuur- en scheikunde worden door veel leerlingen als moeilijk en niet leuk ervaren. Uit onderzoeken en jarenlange ervaring weten we dat goede docenten leerlingen vaak van het tegenovergestelde kunnen overtuigen! Deze docenten weten hoe zij leerlingen kunnen motiveren voor en helpen bij het leren van onze vakken. Naast dat zij hierover kennis hebben, kunnen zij deze kennis ook toepassen in de praktijk: Ze hebben het toepassen écht in de vingers.
Na decennia van onderzoek weten we behoorlijk wat over het leren van
natuur- of scheikunde. De ontwikkelde vakdidactische kennis wordt
wereldwijd gedeeld via internationale tijdschriften en boeken. In dit
boek wordt deze vakdidactische kennis praktisch toegepast. De nadruk
ligt op de vraag hoe je je kunt ontwikkelen tot zo’n goede natuur- of
scheikundedocent.
Dit boek bevat hiertoe verdeeld over 22 hoofdstukken meer dan 500 opdrachten. Deze opdrachten zijn ontwikkeld aan de hand van onze ervaring in het begeleiden en observeren van studenten aan de lerarenopleiding. Denk hierbij aan gerichte observatie-opdrachten en oefeningen voor in de stagepraktijk. Eenieder die zich bezighoudt met onderwijs in de vakken natuur- en scheikunde kan het boek gebruiken om zichzelf en anderen te helpen bij hun verdere professionalisering. De leerlingen zullen er wel bij varen!
Wat anderen zeggen
Eindelijk: een vakdidactiekboek voor natuur- én scheikunde. In dit bijna achthonderd pagina’s tellende boek geven de twee auteurs een overzicht over zaken waaraan je moet denken als je een goede NaSk-les wilt geven. Na een inleidend hoofdstuk over wat NaSk-vakdidactiek is en waarom dat een belangrijke rol heeft in goed NaSk-onderwijs, volgen hoofdstukken over cognitieve aspecten, affectieve aspecten en manipulatieve aspecten van het NaSk-leren. Tenslotte een hoofdstuk over NaSk-onderwijzen. De inhoudelijke hoofdstukken bevatten steeds praktische opdrachten die goede oefeningen zijn voor aankomende NaSk-docenten. Dit maakt naast alle andere opdrachten (‘Vakdidactische kwesties’, ‘Vakdidactische Leertaken’, ‘Vakdidactische Observatiecategorieën’ en de vele opdrachten in de tekst) het boek tot een echt ‘doeboek’!
Met bijzondere interesse heb ik het gedeelte over affectieve aspecten van het NaSk-leren gelezen, omdat ik denk dat bij het verbeteren van goed NaSk-onderwijs daar veel te winnen valt. Je krijgt in dat hoofdstuk manieren om het perspectief (wat gaat de leerling leren?), de legitimatie (de docentkeuzes worden aan de leerlingen verteld) en de relevantie (waarom moet de leerling dit leren?) van je NaSk-onderwijs duidelijk te maken.
Verwacht geen boek in de trant van een uitleg hoe je het beste een les kunt maken over bijvoorbeeld het concept dichtheid, maar verwacht handvatten hoe je goed onderwijs kun ontwerpen, waarbij je let op wat goed vakdidactiek is rondom dit onderwerp. Voor mij als docentenopleider een welkom en bruikbaar boek!
Lesgeven in het NaSk-gebied kan een complexe aangelegenheid zijn. De interesse, motivatie en nieuwsgierigheid die je als leerling ooit zelf ervaarde, zie je maar sporadisch terug bij de leerlingen in je eigen klas. “Leren(,) Denken en Werken als Natuur- en Scheikunde docent” gaat diepgaand in op alle problemen die NaSk-docenten op vakdidactisch gebied kunnen ervaren.
“Practice what you preach!” is een term die de schrijvers niet vreemd is: Een geactiveerde leerling heeft een groter leerrendement! Als lezer word je dan ook aan het werk gezet door middel van praktische opdrachten voor elk hoofdstuk én de opdrachten, die in de hoofdstukken zijn verwerkt, zodat ook jij als stagiair, beginnend docent of zelfs als ervaren docent actief met de onderwerpen uit het boek aan de slag kunt gaan.
De hoofdstukken over legitimatie, relevantie en perspectief zijn waardevol om leerlingen gemotiveerd te kunnen houden en om vragen als “Waarom moeten wij dit leren?” en “Wat kan ik hiermee?” te kunnen beantwoorden.
Het (demo)practicum is al decennia onlosmakelijk verbonden met het NaSk-onderwijs. We voeren het practicum vaak klakkeloos uit omdat het zo uitkomt of omdat het in de methode wordt voorgeschreven. De vraag over wat en hoe wij de leerlingen iets willen laten leren is vaak niet aan de orde; “het hoort er gewoon bij”. In het boek leer je om kritisch te kijken naar het gehele (demo)practicum. Het voorbereiden, uitvoeren, nabespreken en verwerken van het practicum aan de hand van “de vork van Millar” met beoogde en gerealiseerde leerdoelen én leeractiviteiten geeft je als docent een waardevol inzicht in het uitvoeren van practica.
Het gehele boek gaat over de vakdidactische aspecten van het NaSk-docentschap, waardoor je op efficiënte wijze je eigen NaSk-onderwijs goed vorm kunt geven. Ook al zeggen de schrijvers dat zij niet ingaan op de pedagogische aspecten van het docentschap: Een vakdidactisch sterke docent weet hoe goede lessen in elkaar zitten, straalt daardoor enthousiasme uit en zal daardoor minder ordeproblemen ervaren.
Toen ik zelf aan de opleiding begon, had ik nog geen flauw idee wat ‘vakdidactiek’ überhaupt was, laat staan hoe belangrijk het is. Door dit boek ben ik gaan inzien dat er veel meer relevante aspecten zijn aan het geven van NaSk-onderwijs, dan ik had gedacht.
Een boek heeft echter vaak als valkuil dat je de theorie wel leest en uit je hoofd kunt leren, maar het niet ‘eigen’ maakt. Dat is bij dit boek zeker niet het geval! Het geeft je een hoop kennis, theorie en voorbeelden en daar kun je dan naar je eigen behoeftes mee aan de slag. Je kunt zo diep in de stof duiken als dat je zelf wilt en voor het leren toepassen staan er genoeg opdrachten bijgevoegd. Mij persoonlijk heeft het een hoop tips en inspiratie gegeven voor het ontwikkelen van goede NaSk-lessen. En als je wilt weten wat een “goede” NaSk-les inhoudt: Dan kun je dat allemaal lezen in dit boek!
Over de auteurs
Thom Somers en Kees van der Velden hebben samen vele jaren ervaring als natuur-, scheikunde en vakdidactiek-docent zowel in het eerste- als het tweedegraads lesgebied.
Thom Somers
Was docent scheikunde en kreeg last van het feit dat hij tijdens zijn studie weinig tot niets geleerd had op het gebied van vakdidactiek scheikunde. Daarom ging hij naast zijn werk chemiedidactiek studeren bij Henk ten Voorde (UvA). Daar ging een wereld voor hem open. Van het bestaan van wereldwijd vakdidactiekonderzoek had hij eerder nooit gehoord. Later, als vakdidacticus scheikunde aan de UU, wist hij die vakdidactiekkennis te ontsluiten voor (aanstaande) docenten. Dit zette hij voort bij het opleiden van tweedegraads docenten NaSk aan de HAN. Nu vele jaren later is dit boek het resultaat van zijn ontdekkingsreis.
Kees van der Velden
Groeide op in een gezin waarin onderwijsaanpakken en docentgedrag dagelijks onderwerp van gesprek waren. Hij kreeg op de middelbare school les van een groep enthousiaste en ervaren NaSk-docenten, die hem motiveerden om in deze vakken docent te worden. Tijdens zijn opleiding werd hij begeleid door Thom en kreeg hij later de kans, om naast zijn baan voor de klas, van hem de vakdidactische kneepjes van het vak te leren. De afgelopen jaren hebben Thom en hij het vakdidactiekcurriculum van de lerarenopleiding stevig doorontwikkeld. Dit leidde uiteindelijk tot dit boek als eindproduct.
Meer weten?
Neem contact op
Vragen, opmerkingen of feedback? We horen graag van je.